LZK
woensdag, 25 februari (2004)
Zeven hele jaren oud!!

"Een verhaaltje voor ouders en kinderen:

Het was een ontzettend leuk feestje en alle kinderen hebben zich voorbeeldig gedragen. Ze waren gezellig, enthousiast en hebben echt goed geluisterd.

Eerst hebben we een hele berg pannekoeken gegeten en daarna cadeautjes uitgepakt. Luna vond alle cadeautjes heel leuk. Dank jullie wel daarvoor. Om kwart voor twee zijn we op de trein gestapt, op weg naar amsterdam. Daar gingen we met de metro en toen moesten nog een klein stukje lopen naar 'de klankspeeltuin'. Alle kinderen hebben goed meegeholpen met bordjes lezen en huisnummers zoeken. In de klankspeeltuin moesten wij weg: het was echt alleen voor kinderen. Dat vonden we natuurlijk heel jammer, maar gelukkig hadden ze veel koffie in muziekcentrum 'de ijsbreker', waar de klankspeeltuin onderdeel van is. We moesten iets eerder terugkomen, zodat we de kinderen nog even in aktie konden zien. Er was een soort paddestoel met verschillende vreemde klanken, een grote muziektekentafel, een klankentegelvloer en een ruimte met computers waarop een muziekstuk gecomponeerd kon worden. (Henk vertelde dat hij het beste muziekstuk had gemaakt). Dit alles werd begeleid door enthousiaste jonge mensen die de kinderen stimuleerden iets moois en bijzonders te maken. Het klonk daardoor ook best professioneel. Toen het afgelopen was, werd er nog even nagepraat met de kinderen en bleek dat ze het allemaal fantastisch hadden gevonden. Ze kregen een ballon en buiten een van thuis meegenomen suikerspin. Lekker slecht voor je tanden, maar dat mag op een feestje. We gingen weer terug met de metro en de trein. Toen de trein aankwam op het station, treuzelden sommige meiden nogal. (wie herkent dit niet??) Ik spoorde ze aan wat sneller te lopen, maar dat hielp maar ten dele. Ik merkte dat de trein alweer bijna wegreed en sprong naar buiten om Miriam snel uit de trein te tillen. En toen....gingen de deuren dicht. Ik wurmde me nog snel samen met een grote meneer tussen de deuren en greep haar. Eind goed al goed en we moesten er allemaal om lachen, behalve Miriam. Die was helemaal witjes en stil geworden. Ik hoop maar dat het weer wat beter gaat.

Eenmaal thuis kwamen al snel de vaders en moeders. Iedereen kreeg een verfdoos mee en toen was het feestje afgelopen."

donderdag, 29 januari (2004)
Spelenderwijs

We zijn buiten, op het plein, bij de grote schommels. Twee jongens bevolken het speelveld. Jij schommelt. Zij kijken.

Het onvermijdelijke gebeurt. De kleinste, en jongste, van de twee komt naar de schommel, spuugt een keer op de grond, en kijkt je aan. "Ben je aan het schommelen?", zegt hij. Ontdaan door zoveel domheid kijk je eerst naar mij, daarna naar het jongetje, en zegt, terwijl je haren in de wind wapperen, "Nee."

Het jongetje is niet onder de indruk en spuugt nogmaals nadrukkelijk op de grond. Dit is het moment waarop nummer twee zich met het gesprek bemoeit. "Je moet niet op de grond spugen", bijt hij de kleinste toe, "er willen hier kinderen schommelen." Jij kijkt omhoog, naar de wijsheid die uit deze grotere jongen komt.

Hij heeft een t-shirt aan van Primus. Ik complimenteer hem met zijn keuze. Hij loopt naar me toe en hij en ik steken onze hand uit. "Leon", zeg ik. "Alex", zegt hij. En voegt er aan toe "Ik ben bekend hier". We babbelen wat over muziek. Pink Floyd, The Wall, passeert uitgebreid de revue. Zijn favoriete film.

Onderwijl laat jij zien waartoe een meisje van jouw leeftijd in staat is. Je klimt bovenin de schommel, met blote voeten, in één keer. Alex kijkt je aan en is zichtbaar onder de indruk. Tot zijn verdriet wordt het feest verstoord door jouw moeder die met de auto aan komt rijden. Met June en kids.

Als iedereen uit de auto is gestapt en we op weg gaan naar huis vraagt Alex aan me "Komen jullie nog terug?" "Misschien", zeg ik. "Over anderhalf uur? Dan kom ik ook wel!" Ik kijk hoe je knuffelt met mama. "Misschien", zeg ik nog een keer.

We hebben Alex niet meer gezien. En ik heb het gevoel dat jij nu ook wel bekend bent, hier.

maandag, 26 januari (2004)
Eet smakelijk!

Vanmorgen werd ik wakker na een goede nachtrust. Jij was weg. Geen Luna in het bed. Jeantwoordt vanuit de kamer als ik je roep. Trippelt (of dribbelt?) de kamer binnen en nodigt de Prins uit voor een ontbijtje.

In de kamer heb je twee grote badhanddoeken uitgespreid. In het midden ervan twee bordjes met op elk bordje een volkoren koek. Verder twee kopjes, een voor water en een voor sap. Zo trots als een pauw loop je voor me uit, gaat zitten en schenkt het drinken in.

"Omdat je gisteren zo lief bent geweest", zeg je. Ik ga zitten, kijk je aan en bedank je vriendelijk voor de getoonde moeite en het prachtige ontbijt. "Ik vind je lief", zeg ik, en bemerk dat ik straal terwijl ik het zeg. Jij hoort het aan en geeft bijna licht!

Als we later verse broodjes en beleg hebben gehaald in de winkel valt me op dat je mij waar mogelijk in alles kopieerd.

Voorzichtig met kopiëren meisje, Papa doet niet alles goed!!!

donderdag, 11 december (2003)
Dan maar het dak op

"Papa, we zouden nog op het dak gaan kijken." "Oh ja", zeg ik. "Kom op, dan gaan we het dak op."

Als ik de trap recht zet zeg je, tevreden, dat je eindelijk begrijpt hoe je dat doet, het dak op. Ik maak me direct een beetje zorgen, maar geloof in je goede verstand.

De trap is een gevaar dat moet worden genomen. Maar de zoete geur van de overwinning waait al tegemoet. Jij voorop. Ik mijn handen beurtelings beschermend naast je. Eigenlijk is dat niet nodig, maar ik laat je nog wel eens schrikken.

Het dak is een plat dak. "Hé, het is niet puntig", bemerk je op. "Dat klopt", zeg ik. "Dat is omdat Sinterklaas dan makkelijker over de daken kan lopen." Je kijkt rond en ziet dat alle daken zover als je kan zien plat zijn. "Dan is het hier wel makkelijk voor hem." Ik kijk je lachend aan. "Ja", zeg ik, "alleen de schoorstenen zijn een beetje klein."

We lachen en lopen over het grind. Jij raapt wat spullen op en probeert ze direct in een afvoerpijp te duwen. Als je op mijn vermaning reageert met "Hoe kan ik dat nou weten?" bedenk ik dat je inderdaad voor de eerste keer het dak op bent.

De rand is in zicht. Ik vraag of je er overheen wil kijken. "Ja", zeg je. Ik grijp je pols en neem een stap naar voren. Jij ook, onderwijl je bovenlijf naar voren buigend. Met eerbied voor "het dak af". Goedzo meisje, zo hoort het.

Ook het torentje wordt beklommen, de kleur aan de voorkant is geel en niet groen! Als we weer beneden zijn en jij je aan het tekenen zet vraag ik je hoeveel treden er op de trap zitten. Zonder iets te zeggen teken je ze. Alle veertien. Op de tekening jij en ik, klaar om het dak op te gaan.

Een moment later geef je op het rekenmachientje dat je van Oma Deurne hebt gekregen je eerste getal in: 11435938. Ik doe alsof het een heel bijzonder getal is. We spelen wat met cijfers en getallen, delen en verzamelen, leggen gekke verbanden. Leuk!

Aangeland in bed vertel ik je nog een verhaal. Een verhaal over een eiland, Sinterklaaseiland! Meegesleept door het verhaal vertel ik met grote armgebaren hoe Sinterklaas zich aan het schip vastgespte om de storm te doorstaan. Een donder rolt er uit mijn keel, als je me stopt. Je kijkt me aan en vraagt of ik het plaatje van de vorige pagina wil laten zien.

Met mijn hand blader ik terug in het boek en laat zien hoe 'Knor' in bed ligt. Sinterklaas die vecht voor zijn leven, het werd je kinderziel even teveel. We praten over de vakantie van Sinterklaas en of hij dan echt de verhalen over alle stoute jongetjes en meisjes zou lezen.

Als het verhaal dan echt uit is blijkt de slaap dichterbij dan gedacht. Ik sla mijn armen om je heen, leg mijn been over het jouwe. Je zucht een keer en schakelt over naar een ritmisch ademhalen. Zachtjes, regelmatig.

Slaap. Gelukkig. Jij en ik. Ik en jij.

aantal bezoekers