LZK
donderdag, 11 december (2003)
Dan maar het dak op

"Papa, we zouden nog op het dak gaan kijken." "Oh ja", zeg ik. "Kom op, dan gaan we het dak op."

Als ik de trap recht zet zeg je, tevreden, dat je eindelijk begrijpt hoe je dat doet, het dak op. Ik maak me direct een beetje zorgen, maar geloof in je goede verstand.

De trap is een gevaar dat moet worden genomen. Maar de zoete geur van de overwinning waait al tegemoet. Jij voorop. Ik mijn handen beurtelings beschermend naast je. Eigenlijk is dat niet nodig, maar ik laat je nog wel eens schrikken.

Het dak is een plat dak. "Hé, het is niet puntig", bemerk je op. "Dat klopt", zeg ik. "Dat is omdat Sinterklaas dan makkelijker over de daken kan lopen." Je kijkt rond en ziet dat alle daken zover als je kan zien plat zijn. "Dan is het hier wel makkelijk voor hem." Ik kijk je lachend aan. "Ja", zeg ik, "alleen de schoorstenen zijn een beetje klein."

We lachen en lopen over het grind. Jij raapt wat spullen op en probeert ze direct in een afvoerpijp te duwen. Als je op mijn vermaning reageert met "Hoe kan ik dat nou weten?" bedenk ik dat je inderdaad voor de eerste keer het dak op bent.

De rand is in zicht. Ik vraag of je er overheen wil kijken. "Ja", zeg je. Ik grijp je pols en neem een stap naar voren. Jij ook, onderwijl je bovenlijf naar voren buigend. Met eerbied voor "het dak af". Goedzo meisje, zo hoort het.

Ook het torentje wordt beklommen, de kleur aan de voorkant is geel en niet groen! Als we weer beneden zijn en jij je aan het tekenen zet vraag ik je hoeveel treden er op de trap zitten. Zonder iets te zeggen teken je ze. Alle veertien. Op de tekening jij en ik, klaar om het dak op te gaan.

Een moment later geef je op het rekenmachientje dat je van Oma Deurne hebt gekregen je eerste getal in: 11435938. Ik doe alsof het een heel bijzonder getal is. We spelen wat met cijfers en getallen, delen en verzamelen, leggen gekke verbanden. Leuk!

Aangeland in bed vertel ik je nog een verhaal. Een verhaal over een eiland, Sinterklaaseiland! Meegesleept door het verhaal vertel ik met grote armgebaren hoe Sinterklaas zich aan het schip vastgespte om de storm te doorstaan. Een donder rolt er uit mijn keel, als je me stopt. Je kijkt me aan en vraagt of ik het plaatje van de vorige pagina wil laten zien.

Met mijn hand blader ik terug in het boek en laat zien hoe 'Knor' in bed ligt. Sinterklaas die vecht voor zijn leven, het werd je kinderziel even teveel. We praten over de vakantie van Sinterklaas en of hij dan echt de verhalen over alle stoute jongetjes en meisjes zou lezen.

Als het verhaal dan echt uit is blijkt de slaap dichterbij dan gedacht. Ik sla mijn armen om je heen, leg mijn been over het jouwe. Je zucht een keer en schakelt over naar een ritmisch ademhalen. Zachtjes, regelmatig.

Slaap. Gelukkig. Jij en ik. Ik en jij.


reacties









persoonlijke info opslaan?






aantal bezoekers