|
|
|
|
donderdag, 29 januari (2004)
Spelenderwijs
We zijn buiten, op het plein, bij de grote schommels. Twee jongens bevolken het speelveld. Jij schommelt. Zij kijken. Het onvermijdelijke gebeurt. De kleinste, en jongste, van de twee komt naar de schommel, spuugt een keer op de grond, en kijkt je aan. "Ben je aan het schommelen?", zegt hij. Ontdaan door zoveel domheid kijk je eerst naar mij, daarna naar het jongetje, en zegt, terwijl je haren in de wind wapperen, "Nee." Het jongetje is niet onder de indruk en spuugt nogmaals nadrukkelijk op de grond. Dit is het moment waarop nummer twee zich met het gesprek bemoeit. "Je moet niet op de grond spugen", bijt hij de kleinste toe, "er willen hier kinderen schommelen." Jij kijkt omhoog, naar de wijsheid die uit deze grotere jongen komt. Hij heeft een t-shirt aan van Primus. Ik complimenteer hem met zijn keuze. Hij loopt naar me toe en hij en ik steken onze hand uit. "Leon", zeg ik. "Alex", zegt hij. En voegt er aan toe "Ik ben bekend hier". We babbelen wat over muziek. Pink Floyd, The Wall, passeert uitgebreid de revue. Zijn favoriete film. Onderwijl laat jij zien waartoe een meisje van jouw leeftijd in staat is. Je klimt bovenin de schommel, met blote voeten, in één keer. Alex kijkt je aan en is zichtbaar onder de indruk. Tot zijn verdriet wordt het feest verstoord door jouw moeder die met de auto aan komt rijden. Met June en kids. Als iedereen uit de auto is gestapt en we op weg gaan naar huis vraagt Alex aan me "Komen jullie nog terug?" "Misschien", zeg ik. "Over anderhalf uur? Dan kom ik ook wel!" Ik kijk hoe je knuffelt met mama. "Misschien", zeg ik nog een keer. We hebben Alex niet meer gezien. En ik heb het gevoel dat jij nu ook wel bekend bent, hier. |
|
|
|